U bevindt zich hier:

Het groene compromis is een succes

De gematigde milieubeweging en het bedrijfsleven kruipen dichter naar elkaar toe. Partnerschappen en overleg zijn gemeengoed geworden. Beide partijen hebben daar baat bij.

Zeer sceptisch was ze. Partnerschappen tussen milieubeweging en bedrijfsleven waren misschien mooie reclamepraatjes, maar ze geloofde niet dat dit soort samenwerkingsverbanden iets opleverden. „Dat wilde ik aantonen in mijn promotie”, zegt Mariëtte van Huijstee achteraf. Zij promoveerde onlangs aan de Universiteit Utrecht.

Haar scepsis bleek volledig onterecht. Die compromissen zijn wel degelijk succesvol. Bij veel bedrijven staat duurzaamheid veel hoger op de agenda sinds er meer gepraat wordt met milieuorganisaties.

„Er zijn veel mooie initiatieven”, zegt Van Huijstee. In haar proefschrift geeft ze als voorbeeld de introductie van een klimaatneutrale creditcard; destijds een initiatief van de Rabobank en het Wereldnatuurfonds. De aankopen van gebruikers van deze kaart werden gecompenseerd doordat de bank emissierechten opkocht in ontwikkelingslanden. Dit om schone energieprojecten de bevorderen. Het initiatief maakt onderdeel uit van een breed partnerschap tussen het Wereldnatuurfonds en de Rabobank waarin is afgesproken gezamenlijk de klimaatverandering te lijf te gaan. Zo wordt er ook gewerkt aan een investeringsfonds gericht op duurzame energie en schone technologie in Nederland.

Toch werkt die samenwerking tussen de milieubeweging en het bedrijfsleven niet altijd, merkt Van Huijstee in haar proefschrift op. „Vooral als bedrijven bang zijn voor reputatieschade, zijn ze geneigd de dialoog met milieuorganisaties aan te gaan.”

„Er moet een win-winoplossing zijn”, zegt Mirjam de Rijk. Zij is vijf jaar directeur geweest van stichting Natuur en Milieu. Sinds gisteren is De Rijk wethouder namens GroenLinks in Utrecht. Natuur en Milieu is een stichting die veel aan de onderhandelingstafel zit met het bedrijfsleven en politieke instanties.

De Rijk heeft de afgelopen jaren dan ook gemerkt dat er veel te winnen valt door samen te werken met het bedrijfsleven. „Maar ik herken de opmerkingen in de promotie. Als een bedrijf geen baat heeft bij een partnerschap, zal het daar nooit voor kiezen.”

Mirjam De Rijk geeft twee voorbeelden. „Natuur en Milieu sprak onlangs met leasebedrijven af dat de gemiddelde uitstoot van leaseauto’s over twee jaar gedaald moet zijn naar 120 gram CO2 per kilometer (nu is dat nog 146 gram CO2 per kilometer, red.). Dit soort bedrijven gaat samenwerken omdat ze een groen imago wil. De consument vindt dit nu eenmaal belangrijk. Bij Corus (staalconcern, red.) daarentegen heb ik hele andere ervaringen. Lange tijd heeft het bedrijf verzuimd milieubewust te werk te gaan. Het kreeg een veel te ruime milieuvergunning van de provincie. Pas nadat wij een zaak bij de rechter hadden aangespannen tegen de vergunning, heeft Corus haar milieubeleid veranderd.”

Reputatiedruk is volgens Van Huijstee niet de enige voorwaarde voor succesvolle samenwerking. Zonder ’kritische’ milieuorganisaties, zoals de promovenda ze noemt, hebben meer gematigde milieugroepen minder succes aan de onderhandelingstafel.

Van Huijstee: „Bedrijven denken namelijk: we maken liever afspraken met een Wereldnatuurfonds dan dat we constant lastig gevallen worden door kritische organisaties. Zonder clubs als Milieudefensie zou het ambitieniveau van bedrijven echt een stuk lager liggen. Die dynamiek, over het algemeen niet van tevoren afgesproken, is opvallend. Het werkt heel goed.”

De Rijk herkent dat. „Greenpeace voerde destijds harde actie tegen zuivelbedrijf Campina. De organisatie eiste dat Campina duurzame soja zou gebruiken in het voer dat de koeien kregen voorgeschoteld. Actievoerders van Greenpeace ketenden zich bijvoorbeeld vast aan het bedrijfspand. Die harde acties, die we overigens niet met Greenpeace van tevoren hadden afgesproken, zorgde ervoor dat wij met Campina om tafel konden gaan zitten.” Met succes, want Natuur en Milieu, dat zichzelf beschouwt als een meer gematigde milieuorganisatie, sloot uiteindelijk een overeenkomst met het zuivelbedrijf over het gebruik van duurzame soja.

Betekent deze succesvolle samenwerking dat de overheid overbodig is? „Nee”, stelt Van Huijstee resoluut. „Ten eerste is niet elk bedrijf geneigd overeenkomsten te sluiten en ten tweede blijven de partnerschappen vaak beperkt tot bedrijfsniveau. Het is de taak van de overheid om bijvoorbeeld regels op te stellen voor de hele keten.”

Van Huijstee betreurt het dat overheden deze taak op dit moment naast zich neerleggen. „Internationaal zitten overheden bij elkaar in de tang. Ze wachten af totdat de ander actie onderneemt. Jammer, want op internationaal niveau is het belangrijk dat er regels komen. Overheden zouden zich niet moeten verschuilen achter samenwerkingsverbanden tussen milieuorganisaties en bedrijven.”

Bron: Trouw

Foto: Greenpeace

Datum:
23-4-2010
Het groene compromis is een succes

Plaats een reactie

Om een reactie te kunnen plaatsen dient u ingelogd te zijn.

Colofon | Voorwaarden